AROO Bio Security Service

                           ./.

                                     Huiszwam

 

 

 

Behandeling aantasting door zwammen

 

Reeds bij de Romeinen sprak men van “ de kanker van de huizen “.

Hiermee bedoelde men zeker de huiszwam ( Serpula lacrimans ), een schimmel die op zeer destructieve wijze hout in gebouwen aantast en tot volledige vernietiging kan leiden.

 

Huiszwam ontwikkelt zich uit sporen. Wanneer deze sporen onder geschikte groeiomstandigheden op een aangepaste voedingsbodem terechtkomen, kunnen ze ontkiemen.

 

 

Bij constante temperatuur tussen 3 en 25 °C en relatief hoge luchtvochtigheid ( 90 – 95 % ) ontwikkelen zich, in aanwezigheid van hout met een vochtigheid van 30 – 40 %  uit de sporen eerst hyfen  ( zwamdraden).

Het geheel van hyfen vormt het witte – gele, soms ook licht - bruine mycellium ( zwamvlokken ).

Typisch is het ontstaan van bruinrot of “kubisch” rot op het aangetaste hout, te vergelijken met een verbrande blok hout.

 

 

 

Aaneenschakeling en verstrengeling van mycellium vormt ryzomorfen, een wirwar van draden welke voor het transport van voedingsstoffen en van water gaan zorgen.

In een jong stadium zijn ze wit, later geel tot bruin.

Deze strengen kunnen verscheidene tientallen meters lang worden en een dikte bereiken van 8 mm.

 

 

In een “stress” situatie, wanneer voedsel schaars wordt of wanneer de vochtigheid sterk daalt, gaat de zwam carpoforen ( vruchtlichamen ) vormen.

Het vruchtlichaam van de huiszwam is roestbruin of geelachtig met witte rand.

Uit het vruchtlichaam ontstaan miljarden donkerbruine sporen.

Zijn naam dankt de huiszwam aan de druppels welke zich op het vruchtlichaam kunnen vormen, lacrimans = “tranend” in ’t Latijn.

 

 

 

Naast de huiszwam ( Sepula lacrimans ) zijn andere in onze gebouwen  voorkomende schimmels de kelderzwam ( Coniophora puteane ),  de eikenzwam  (  Donkioporia expansa ),  de witte poriezwam  ( Poria vaillantii )  en  de bekerzwam ( Peziza domiciliana ).

 

 

 

 

De kelderzwam ( Coniophora puteana )

 

Goed ontwikkelde myceliumstrengen en ryzomorfen, meestal waaiervormig.

Bleke kleur bij het begin van de ontwikkeling, later donkerder en uiteindelijk zwart.

Carpoforen ( vruchtlichamen ) worden slechts zeer uitzonderlijk gevormd in gebouwen. Indien ze voorkomen zijn ze uitgespreid en hebben ze een olijfgroene tot bruine kleur.

Kelderzwam veroorzaakt bruinrot op voornamelijk naaldhout, soms ook loofhout.

 

 

De eikenzwam ( Donkioporia expansa )

 

Deze uitsluitend op hardhout ( loofhout ) voorkomende schimmel vormt op het hout harde leerachtige vruchtlichamen. Typisch is het ontstaan van “witrot” op het aangetaste hout, duidelijk verschillend van het “kubisch” rot van de huiszwam.

De aantasting blijft meestal zeer lokaal.

 

 

 

 

 

De witte poriënzwam ( Poria vaillantii )

 

Opvallend wit mycellium

Soepele, witte ryzomorfen welke zich waaiervormig uitspreiden.

Carpoforen witgelig van kleur, consolevormig, soms uitgespreid.

Onderzijde voorzien van buisvormige poriën.

Meest voorkomend in vochtige kelders.

Poriënzwammen veroorzaken bruinrot op zowel naaldhout als loofhout.

 

 

De bekerzwam ( Peziza domiciliana )

 

Ontwikkeling onder zeer vochtige omstandigheden.

 

Typische bekervormige vruchtlichamen